| De verdediging:
We willen beginnen met beklemtonen dat Jehovah's Getuigen
het (seksueel) misbruiken van kinderen volledig afkeuren. Het is in onze
ogen verfoeilijk. Maar Jehovah's Getuigen vormen geen uitzondering van de
rest van de mensheid: helaas zijn er altijd kwaadwillende personen. Wij
denken dat dergelijke praktijken binnen Jehovah's Getuigen in elk geval
niet meer voorkomen dan erbuiten. Laten we hopen dat het toepassen
van bijbelse beginselen ertoe heeft geleid dat het zelfs minder is
dan gemiddeld.
In sommige aanklachten wordt de suggestie gewekt dat de beslissing om een
overtreding aan te pakken mede zou afhangen van de positie binnen de
organisatie van de overtreder. Dit is absoluut niet waar. Zelfs twee leden
van het Besturende Lichaam - broeder Chitty en broeder Greenlees - werden
uit dat lichaam verwijderd zodra hun homoseksuele praktijken algemeen
bekend werden. Ook hierover was De Wachttoren openhartig: "Het
is schokkend dat zelfs enkelen die een vooraanstaande positie in Jehovah’s
organisatie innamen, zijn gezwicht voor immorele praktijken, met inbegrip
van homoseksualiteit, partnerruil en seksueel misbruik van kinderen" (De
Wachttoren van 1 januari 1986, blz. 13).
We beseffen dat verdediging op dit punt een heikele zaak
is. Het Genootschap heeft zelf namelijk de mogelijkheid afgeslagen zich in
het programma Panorama (van de BBC) te verdedigen. Hun argumenten hiervoor
kunnen in deze brief worden gelezen (originele
brief, Engelstalig). Aangezien wij deze argumenten niet van toepassing
achten op deze plaats, voelen wij ons vrij ons op deze site wel te
verdedigen.
Twee getuigen
Het is onmiskenbaar dat de Bijbel stelt dat voor een geldige berechting
van een overtreder de zonde moet vaststaan. Dat kan zijn doordat de
overtreder de zonde bekent of - indien de beschuldigde ontkent - doordat
er twee getuigen zijn (Deuteronomium 19:15; Matthéüs 18:16). In de
brief aan de redactie van Panorama bevestigt
het Genootschap het vasthouden aan deze beginselen. Suggereren dat dit in
sommige gevallen niet hanteerbaar zou zijn, zou ongeveer neerkomen op het
aanmerken van bijbelse standaarden als "niet meer van deze tijd". Om het
in de woorden van broeder Van den Heuvel te zeggen (in
Trouw van 9 augustus 2002):
"Willen we soms een maatschappij waarin het getuigenis van één persoon
genoeg is?" Daarmee erkent het Genootschap het 'dilemma', maar kiest voor
het volgen van bijbelse principes in plaats van deze te buigen om te
voldoen aan 'moderne' maatstaven.
Aangifte door de ouderlingen
Ouderlingen hebben (wettelijk gezien) dezelfde status als priesters
die de biecht afnemen. Wat tijdens de biecht wordt gezegd, is
vertrouwelijk en valt onder het "biechtgeheim" oftewel het
"verschoningsrecht" (zie het
artikel in Trouw). Ditzelfde geldt voor wat in vertrouwen aan
ouderlingen wordt meegedeeld. Zij zijn dus niet verplicht overtreden aan
de politie of andere autoriteiten te melden.
Overigens stelt het Genootschap in de
brief aan de
redactie van Panorama wel dat ouderlingen aangifte moeten doen als
de wet dit vereist.
Aangifte door de slachtoffers
Wat zou het effect zijn als de ene Getuige aangifte doet tegen de
andere Getuige? De Wachttoren van 15 maart 1996 blz. 15 geeft
betekenisvolle raad:
Loyaliteit aan Jehovah God zal ons
er ook van weerhouden iets te doen wat smaad op zijn naam en koninkrijk
zou brengen. Twee christenen bijvoorbeeld raakten eens zo in moeilijkheden
met elkaar dat zij onjuist handelden door elkaar voor een wereldse
rechtbank te dagen. De rechter vroeg: ’Bent u beiden Jehovah’s Getuigen?’
Kennelijk kon hij niet begrijpen waarom zij voor de rechtbank waren
verschenen. Wat een schande was dat! Loyaliteit aan Jehovah God had deze
broeders ertoe moeten bewegen acht te slaan op de raad van de apostel
Paulus: „Ja, werkelijk, het betekent een volkomen nederlaag voor u dat gij
rechtsgedingen met elkaar hebt. Waarom laat gij u niet liever onrecht
doen? Waarom laat gij u niet liever te kort doen?" (1 Korinthiërs 6:7) De
loyale handelwijze jegens Jehovah God is stellig liever persoonlijk
verlies te lijden dan smaad op Jehovah en zijn organisatie te brengen.
Zoals broeder Jaracz in de documentaire van Panorama te
kennen gaf, vatten Jehovah's Getuigen het schriftuurlijke gebod "Gaat niet
buiten de dingen die geschreven staan" (1 Korinthiërs 4:6) ook toe op
hetgeen in de lectuur van het Genootschap staat en zal het voor iedere
Getuige duidelijk zijn welke handelwijze te volgen.
Openbaar maken van de zonde
Tot ongeveer 1944 werd de beschrijving van de rechtsgang in het oude
Israël gezien als model voor het behandelen van kwaaddoen in de gemeente.
De passage in Deuteronomium 16:18-20 werd opgevat als een aanwijzing tot
het houden van openbare "kerkverhoren" (zie ook het boek Jehovah's
Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, blz. 187).
In De Wachttoren van 15 april 1949 werd deze aanpak opnieuw
besproken en de conclusie getrokken dat het model van de oudere mannen in
de oudheid niet meer van toepassing was op de christelijke gemeente in
onze tijd. Vanaf dat moment worden rechterlijke aangelegenheden
vertrouwelijk (achter gesloten deuren) behandeld.
Het is duidelijk dat daarmee geen basis wordt gegeven voor het openbaar
maken van de zonde van overtreders.
De database
In de brief aan de redactie van Panorama
bevestigt het Genootschap het bestaan van een dergelijke database, maar
vestigt er de aandacht op dat er geen sprake is van ruim 23.000 namen op
deze lijst. Er wordt gezegd dat de aantallen "aanzienlijk lager" zijn. In
reactie op de vraag hoeveel het er dan precies zijn, werd de aandacht
gevestigd op het zinloze karakter van een dergelijke vraag: "Het is niet
zinvol ons te concentreren op getallen".
Ook broeder Van den Heuvel bevestigt in
Trouw het bestaan van de database in de Verenigde Staten en
Groot-Brittannië maar zegt dat een dergelijke "lijst" in Nederland
"maagdelijk wit" is, hij kent dergelijke gevallen niet. Dat de heer Singelenberg
(een socioloog die zich heeft verdiept in Jehovah's Getuigen) wel van dergelijke gevallen
weet, kan worden verklaard door de afhandeling van dergelijke gevallen,
waarbij alleen de leden van het rechterlijk comité inhoudelijk op de
hoogte zijn van de aard van de overtredingen.
Noot: in
het gastenboek van deze site wijst de heer Singelenberg op een
mogelijke inconsistentie in deze page. We beschikken echter niet over het materiaal
waarnaar hij verwijst, dus zijn wij niet in staat hierop inhoudelijk in te gaan. |