free web hosting | website hosting | Business Hosting Services | Free Website Submission | shopping cart | php hosting
Herbergen Jehovah's Getuigen pedofielen?
De aanklacht:

Op 14 juli 2002 zond de BBC een documentaire uit die later ook op de Vlaamse televisie verscheen. In deze documentaire worden enkele trieste verhalen getoond van personen die als kind zijn misbruikt door Jehovah's Getuigen. Al degenen die zijn misbruikt hebben inmiddels de organisatie verlaten. Niet omdát ze misbruikt zijn, maar omdat volgens hen het Wachttorengenootschap de overtreders in bescherming neemt in plaats van de slachtoffers.
Soortgelijke documentaires en nieuwsberichten verschenen in de Verenigde Staten (CBS, CNN en zelfs de respectabele New York Times), Australië, Duitsland, Denemarken, Canada, Nederland (met name een verderop geciteerd artikel in Trouw), etc.

Omdat het programma van Panorama ook voor Nederlandstalig publiek is vertoond, hanteren we voornamelijk materiaal dat hierop betrekking heeft. Daar komt bij dat de neutrale toon van de BBC en de grondigheid van hun journalistiek boven elke twijfel verheven is en dus als meest objectief kan worden beschouwd. Het programma kan bekeken worden of in transcript gelezen worden via deze link (Engelstalige, officiële site van de BBC).

De belangrijkste bezwaren die in deze berichten naar voren kwamen, waren:

  • Om de kwaaddoener voor een rechterlijk comité ter verantwoording te kunnen roepen, zijn bijbels gezien twee getuigen nodig (tenzij de kwaaddoener direct zijn zonden bekent) en bij seksueel misbruik van kinderen is vaak alleen het kind getuige. Dit is allereerst een grote drempel voor het slachtoffer om "aangifte" te doen bij de ouderlingen en ten tweede moet het slachtoffer de aanklacht nogmaals herhalen in het bijzijn van de overtreder, wat natuurlijk heel pijnlijk is.
  • In de beleidsregels van het Wachttorengenootschap voor ouderlingen die met dergelijk kwaaddoen worden geconfronteerd, wordt niet aangemoedigd om naar de politie of andere hulpverleners te stappen.
  • Indien slachtoffers op eigen initiatief wereldlijke autoriteiten benaderen, wordt dit negatief bezien, zeker wanneer de kwaaddoener de overtreding ontkent.
  • Indien een kwaaddoener bekent, maar berouw heeft, wordt zijn pedofilie niet bekendgemaakt aan de Getuigen in de omgeving (in het kader van vertrouwelijkheid). Hierdoor weten slachtoffers vaak van elkaar niet dat ze slachtoffer zijn en heeft de overtreder eenvoudig de mogelijkheid meerdere slachtoffers te maken binnen één gemeente.
  • Het Wachttorengenootschap zelf houdt wel bij wie van dergelijk kwaaddoen is beschuldigd en heeft dit opgeslagen in een database die bestaat uit minstens 23.000 gevallen. Deze worden echter niet gebruikt om potentieel gevaar te melden aan gemeenten van de overtreders en ook niet vrijgegeven voor de autoriteiten (justitie).
  De verdediging:

We willen beginnen met beklemtonen dat Jehovah's Getuigen het (seksueel) misbruiken van kinderen volledig afkeuren. Het is in onze ogen verfoeilijk. Maar Jehovah's Getuigen vormen geen uitzondering van de rest van de mensheid: helaas zijn er altijd kwaadwillende personen. Wij denken dat dergelijke praktijken binnen Jehovah's Getuigen in elk geval niet meer voorkomen dan erbuiten. Laten we hopen dat het toepassen van bijbelse beginselen ertoe heeft geleid dat het zelfs minder is dan gemiddeld.
In sommige aanklachten wordt de suggestie gewekt dat de beslissing om een overtreding aan te pakken mede zou afhangen van de positie binnen de organisatie van de overtreder. Dit is absoluut niet waar. Zelfs twee leden van het Besturende Lichaam - broeder Chitty en broeder Greenlees - werden uit dat lichaam verwijderd zodra hun homoseksuele praktijken algemeen bekend werden. Ook hierover was De Wachttoren openhartig: "
Het is schokkend dat zelfs enkelen die een vooraanstaande positie in Jehovah’s organisatie innamen, zijn gezwicht voor immorele praktijken, met inbegrip van homoseksualiteit, partnerruil en seksueel misbruik van kinderen" (De Wachttoren van 1 januari 1986, blz. 13).

We beseffen dat verdediging op dit punt een heikele zaak is. Het Genootschap heeft zelf namelijk de mogelijkheid afgeslagen zich in het programma Panorama (van de BBC) te verdedigen. Hun argumenten hiervoor kunnen in deze brief worden gelezen (originele brief, Engelstalig). Aangezien wij deze argumenten niet van toepassing achten op deze plaats, voelen wij ons vrij ons op deze site wel te verdedigen.

Twee getuigen
Het is onmiskenbaar dat de Bijbel stelt dat voor een geldige berechting van een overtreder de zonde moet vaststaan. Dat kan zijn doordat de overtreder de zonde bekent of - indien de beschuldigde ontkent - doordat er twee getuigen zijn (Deuteronomium 19:15; Matthéüs 18:16). In de brief aan de redactie van Panorama bevestigt het Genootschap het vasthouden aan deze beginselen. Suggereren dat dit in sommige gevallen niet hanteerbaar zou zijn, zou ongeveer neerkomen op het aanmerken van bijbelse standaarden als "niet meer van deze tijd". Om het in de woorden van broeder Van den Heuvel te zeggen (in Trouw van 9 augustus 2002):
"Willen we soms een maatschappij waarin het getuigenis van één persoon genoeg is?" Daarmee erkent het Genootschap het 'dilemma', maar kiest voor het volgen van bijbelse principes in plaats van deze te buigen om te voldoen aan 'moderne' maatstaven.

Aangifte door de ouderlingen
Ouderlingen hebben (wettelijk gezien) dezelfde status als priesters die de biecht afnemen. Wat tijdens de biecht wordt gezegd, is vertrouwelijk en valt onder het "biechtgeheim" oftewel het "verschoningsrecht" (zie het artikel in Trouw). Ditzelfde geldt voor wat in vertrouwen aan ouderlingen wordt meegedeeld. Zij zijn dus niet verplicht overtreden aan de politie of andere autoriteiten te melden.
Overigens stelt het Genootschap in de brief aan de redactie van Panorama wel dat ouderlingen aangifte moeten doen als de wet dit vereist.

Aangifte door de slachtoffers
Wat zou het effect zijn als de ene Getuige aangifte doet tegen de andere Getuige? De Wachttoren van 15 maart 1996 blz. 15 geeft betekenisvolle raad:
Loyaliteit aan Jehovah God zal ons er ook van weerhouden iets te doen wat smaad op zijn naam en koninkrijk zou brengen. Twee christenen bijvoorbeeld raakten eens zo in moeilijkheden met elkaar dat zij onjuist handelden door elkaar voor een wereldse rechtbank te dagen. De rechter vroeg: ’Bent u beiden Jehovah’s Getuigen?’ Kennelijk kon hij niet begrijpen waarom zij voor de rechtbank waren verschenen. Wat een schande was dat! Loyaliteit aan Jehovah God had deze broeders ertoe moeten bewegen acht te slaan op de raad van de apostel Paulus: „Ja, werkelijk, het betekent een volkomen nederlaag voor u dat gij rechtsgedingen met elkaar hebt. Waarom laat gij u niet liever onrecht doen? Waarom laat gij u niet liever te kort doen?" (1 Korinthiërs 6:7) De loyale handelwijze jegens Jehovah God is stellig liever persoonlijk verlies te lijden dan smaad op Jehovah en zijn organisatie te brengen.
Zoals broeder Jaracz in de documentaire van Panorama te kennen gaf, vatten Jehovah's Getuigen het schriftuurlijke gebod "Gaat niet buiten de dingen die geschreven staan" (1 Korinthiërs 4:6) ook toe op hetgeen in de lectuur van het Genootschap staat en zal het voor iedere Getuige duidelijk zijn welke handelwijze te volgen.

Openbaar maken van de zonde
Tot ongeveer 1944 werd de beschrijving van de rechtsgang in het oude Israël gezien als model voor het behandelen van kwaaddoen in de gemeente. De passage in Deuteronomium 16:18-20 werd opgevat als een aanwijzing tot het houden van openbare "kerkverhoren" (zie ook het boek Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, blz. 187).
In De Wachttoren van 15 april 1949 werd deze aanpak opnieuw besproken en de conclusie getrokken dat het model van de oudere mannen in de oudheid niet meer van toepassing was op de christelijke gemeente in onze tijd. Vanaf dat moment worden rechterlijke aangelegenheden vertrouwelijk (achter gesloten deuren) behandeld.
Het is duidelijk dat daarmee geen basis wordt gegeven voor het openbaar maken van de zonde van overtreders.

De database
In de brief aan de redactie van Panorama bevestigt het Genootschap het bestaan van een dergelijke database, maar vestigt er de aandacht op dat er geen sprake is van ruim 23.000 namen op deze lijst. Er wordt gezegd dat de aantallen "aanzienlijk lager" zijn. In reactie op de vraag hoeveel het er dan precies zijn, werd de aandacht gevestigd op het zinloze karakter van een dergelijke vraag: "Het is niet zinvol ons te concentreren op getallen".

Ook broeder Van den Heuvel bevestigt in Trouw het bestaan van de database in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië maar zegt dat een dergelijke "lijst" in Nederland "maagdelijk wit" is, hij kent dergelijke gevallen niet. Dat de heer Singelenberg (een socioloog die zich heeft verdiept in Jehovah's Getuigen) wel van dergelijke gevallen weet, kan worden verklaard door de afhandeling van dergelijke gevallen, waarbij alleen de leden van het rechterlijk comité inhoudelijk op de hoogte zijn van de aard van de overtredingen.
Noot: in het gastenboek van deze site wijst de heer Singelenberg op een mogelijke inconsistentie in deze page. We beschikken echter niet over het materiaal waarnaar hij verwijst, dus zijn wij niet in staat hierop inhoudelijk in te gaan.

 
  Terug naar de homepage